De vlek die meereist

De vrouw die op consult komt, is al boos als ze binnenkomt. Boos omdat er een file was op de A28 en boos omdat ze al gedacht had dat de reis niet vlekkeloos zou verlopen. Het is een woord dat een paar keer voorbij komt in haar verhaal dat ze vertelt over haar leven. Het is niet vlekkeloos. Het is zo duidelijk dat dit woord een betekenis heeft in haar leven. Ik vraag haar wat de grootste vlek is in haar leven. Mijn vader, zegt ze. Hij zag me niet, hij hoorde me niet en toen ik meer aandacht ging vragen omdat hij me niet zag en hoorde, is hij weggegaan. Ze heeft hem nog een paar keer ontmoet in haar leven en toen stierf hij. Daarna is eigenlijk niets meer vlekkeloos gegaan. Het wordt duidelijk in het consult dat ze de vlek bij zich draagt en dat ze alles meet aan wel of niet vlekkeloos. Wat is de vlek? Dat ik er niets aan kon doen, zegt ze. Dat ik te klein was. En je moeder? vraag ik. Die heeft ons opgevoed, zegt ze, mijn twee zusjes en mij, als alleenstaande moeder. Was er ooit weer een nieuwe relatie voor jouw moeder? Nee, zegt ze, dat stonden wij als kinderen niet toe. Er mocht niet weer een man komen die ons zou verlaten. Er mocht niet weer een vlek tevoorschijn komen. Wat weet je van je vader? Niet zoveel, zegt ze. Waarom is hij precies weggegaan? Door mij, zegt ze. Vraag het eens aan je moeder, zeg ik en kom terug met de nieuwe informatie.