Heel gewoon of toch niet?

De vrouw zit tegenover mij, met kraaloogjes kijkt ze mij aan. Alerte ogen, die alles waarnemen, niet op haar hoede, maar ze ziet alles. Gevoelig  voor hoe de ander naar haar kijkt, wat de ander van haar denkt ofschoon ze vertelt dat het haar niets kan schelen wat de ander van haar denkt. Ze vertelt monotoon over het gezin, waarvan ze niemand meer ziet. Haar gezin van herkomst, haar vader waarvan ze niet zeker weet of hij haar vader is. Haar moeder die ze niet meer ziet, de broer veroordeeld voor vele jaren, de zusjes die bij elkaar wonen en niemand toelaten in hun wereld. En zij, de jongste, die de ‘gewone’ wereld in is gegaan, werkt en opgeleid is, zij heeft zichzelf opgevoed. Haar hele leven zelf vormgegeven in jonge eenzaamheid. Gelukkig in de liefde geworden, een man die haar ziet en waardeert, en die ook heel erg zijn best doet om bij deze in control vrouw te blijven. Bewondering zeg ik tegen haar, vol bewondering dat zij zichzelf zo ver heeft ontwikkeld en zichzelf zo heeft opgetild uit dit gezin. Een gezin vol met psychische en sociale problematiek. Ze haalt haar schouders op, dat is gewoon zegt ze. Nee zeg ik, dat is niet gewoon, dat is echt heel bijzonder. Ergens verandert er wat in haar ogen. Een diepe buiging zeg ik tegen haar, zo moeilijk, zo hard en zo ver gekomen. Haar kleur verschiet,  haar ogen worden zacht, dank je wel zegt ze. Ze verzacht eventjes.