Op bezoek…

Ze gingen op bezoek. Oma ging elke week op bezoek bij haar oudste zoon. Hij had uiteindelijk het gezin gered van een man die iedereen misbruikte. Zij had het zelf niet gekund. Het was te veel voor haar, haar jonge man verliezen, negen kinderen gekregen, waarvan de jongste twee overleden en ze had het stuur uit handen gegeven aan een man die als een roofdier tekeer was gegaan in haar gezin. Nu ging ze elke week naar haar oudste zoon. Die had de man geslagen, die ongelukkig was gevallen en ter plekke overleed. Ze veroordeelde haar oudste zoon niet, ze zei dat hij het gezin gered had en de schuld die ze torste was groot. Zij had het moeten doen, haar oudste zoon had haar taak overgenomen en gezorgd dat dit gezin gered werd van de tiran. Ook zijn broers en zussen kwamen vaak op bezoek. Hij was zich bewust dat hij een taak had uitgevoerd, dat het niet anders kon, dat het ook een ongeluk was, maar hij wist ook dat hij wilde dat deze man zou verdwijnen, dat hij hem vaak dood gewenst had. Het lot had hem een handje geholpen. Sommige mannen worden roofdieren als ze een makkelijke prooi zien voor macht en voor seksueel misbruik. Dan moet iemand hen stoppen en degene die het moet doen, wordt voor een taak gezet die niet menselijk is. Zo wordt degene die de taak krijgt ook een dier, maar dan om de kudde te beschermen.